Inloggen    |   contact  
Menu

Contact

 Sint-Maartenscollege
 Aart van der Leeuwkade 14 
 2274 KX  VOORBURG
 tel:  070 - 386 72 72
 fax: 070 - 387 72 75
 e-mail school (administratie):  
 info@st-maartenscollege.nl

 e-mail website (P.N. van der Burg):
 
vdb@st-maartenscollege.nl 


Sint-Maartenscollege op de kaart

vacatures






Welkom » Groep8 » Vakken
Vakken

In de brugklas hebben de leerlingen 15 verschillende vakken. Daarnaast hebben ze een of twee steunlessen of verrijkingslessen en ook nog twee mentoruren. Tijdens het ene mentoruur zit de hele klas bij elkaar en in het andere mentoruur spreekt de mentor individuele leerlingen. VWO-GYM- en TVWO-brugklassers hebben een steunles minder, maar twee uur Latijn en Grieks extra.

Hieronder staan korte omschrijvingen van alle verschillende vakken in de brugklas:

Nederlands: lessen in de Nederlandse taal. Aan de hand van de methode ‘Nieuw Nederlands’ wordt er gewerkt aan de spelling, het ontleden van zinnen, tekstverklaring en boeken lezen. Extra aandacht zal uitgaan naar het vervoegen van werkwoorden en de algemene spelling. Aan het begin van het jaar worden bovendien alle leerlingen getest op dyslexie. Het vak Nederlands doet mee aan de gedichtenweek en besteedt aandacht aan de manier waarop je een tekst kunt lezen (leesstrategieën). Daarnaast zal er een aantal boeken verplicht moeten worden gelezen door de leerlingen.

Engels: lessen in de Engelse taal. Aan de hand van de Engelstalige methode ‘Challenges’ wordt er gewerkt aan de grammatica en woordenschat van de Engelse taal. In de lessen wordt Engels gesproken en gelezen. In de gymnasium- en TVWO-brugklas wordt de methode 'New Opportunities' gebruikt. In de brugklas TVWO krijgen ook les van native speakers.

Frans: lessen in de Franse taal. In de brugklas wordt aan de hand van de methode ‘Grandes lignes’ gewerkt aan de woordenschat en de grammatica van de Franse taal. De lessen zullen ‘laag instappen’ omdat de meeste leerlingen nog nooit Frans hebben gehad. De leerlingen zullen woordjes moeten leren om hun woordenschat te vergroten. Ze gaan oefenen met kleine dialooggesprekken en krijgen uiteraard ook les in de grammatica. Uiteindelijk moeten de leerlingen in staat zijn om teksten in het Frans te lezen en deze te verklaren/vertalen. De nadruk in de brugklas ligt op de grammatica en de woordenschat. In de TVWO-brugklas krijgen de leerlingen zoveel mogelijk les in het Frans. 

Wiskunde: de lessen rekenen van de basisschool, maar dan wat uitgebreider. Aan de hand van de methode ‘Getal en ruimte’ zullen de leerlingen les krijgen in rekenen, algebra en meetkunde. Zij krijgen een jaar lang te maken met alle facetten van het vak wiskunde, die in de latere jaren worden verdiept. De lessen beginnen met meetkunde, maar zullen eindigen met het begin van het ‘oude’ algebra. Daarnaast leren de leerlingen werken met een geodriehoek en een rekenmachine. Ze zullen ook te maken krijgen met graden, hoeken en het ‘wiskundig tekenen’ van een assenstelsel.

Aardrijkskunde: lessen over alles op, rondom en in de aarde. Aan de hand van de methode ‘De Geo’ zullen de leerlingen les krijgen over de aarde. De lessen lopen uiteen van topografie, geologie en migratiestromen. De eerste lessen zullen gaan over het werelddeel Australië, zowel topografisch als geologisch gezien. De leerlingen krijgen ook les over de ‘externe factoren’ zoals het weer en het gedrag van de mens aangaande de aardbol. Zij zullen ook leren te werken met de ‘Grote Bosatlas’ die in de lokalen én thuis aanwezig is. Daarmee moeten zij ook statistieken kunnen aflezen, verklaren en voorspellen.

Geschiedenis: lessen over alles in de wereld dat al geweest is. Aan de hand van de methode ‘Sprekend Verleden’ zullen de leerlingen les krijgen over de wereldgeschiedenis van de Prehistorie tot aan de Middeleeuwen. De leerlingen beginnen met de eerste mensen en komen via de oude Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen terecht in de Middeleeuwen. Het project ‘Brugge’ valt samen met het onderwerp de Middeleeuwen bij het vak geschiedenis. Behalve feitenkennis en (in mindere mate) jaartallen worden er ook belangrijke vaardigheden aangeleerd bij dit vak. De leerlingen moeten kunnen omgaan met bronnen, oorzaak en gevolg kunnen onderscheiden en gebeurtenissen in het historische perspectief kunnen plaatsen. Uiteindelijk is het doel dat de leerlingen meer van de wereld(geschiedenis) begrijpen en dat zij parallellen kunnen trekken naar de huidige tijd.

Biologie: lessen over de flora en fauna, het menselijk lichaam en het gedrag van mensen en dieren. Aan de hand van de methode ‘Biologie voor jou’ leren de leerlingen meer over de natuur en daarvan ook natuurgetrouwe tekeningen te maken (aan de hand van de biologische tekenregels). De eerste lessen gaan over de basis van de biologie en leert de leerlingen op een ‘biologische’ manier naar producten uit de natuur te kijken. Daarna volgen er hoofdstukken over het menselijk lichaam, flora en fauna, de dierengroepen en dierlijk gedrag. In de brugklas maken alle leerlingen ook een werkstuk over planten in de eigen omgeving.

Muziek: lessen over alles wat te maken heeft met muziek. Aan de hand van de methode ‘Muziek op maat’ krijgen de leerlingen les over de geschiedenis van de muziek en het notenschrift. Het zelf zingen en muziek maken is ook een vast onderdeel van de lessen. De leerlingen hebben het hele jaar een vast instrument (drumstel, gitaar, keyboard of basgitaar) waarop zij oefenen en speelopdrachten uitvoeren. Zij zullen ook muziekfragmenten moeten duiden aan de hand van muziekstijlen en tonen. Behalve het leren staat ook het plezier hebben in het muziek maken centraal in deze lessen. De lessen muziek worden in onze muziekkapel gegeven. Hierdoor hebben de overige leerlingen geen last van het geluid van de muziekinstrumenten.

Tekenen: lessen over alles wat te maken heeft met tekenen. Aan de hand van de methode ‘Tekenen in zicht’ krijgen de leerlingen les in tekentechnieken. Naast deze technieken leren zij meer over het kleurenspectrum, het mengen van verf en bepaalde schildertechnieken. Het grootste deel van de lessen wordt besteed aan het tekenen in de praktijk. De leerlingen maken een aantal opdrachten met behulp van verschillend tekenmateriaal (verf, potlood, krijt en houtskool). De doelstelling is om de leerlingen gerichter te laten kijken naar bepaalde voorwerpen en plezier in het tekenen te laten krijgen.

Handvaardigheid: Aan de hand van de methode ‘Arti Toolbox’ krijgen de leerlingen les in allerlei creatieve vaardigheden. De leerlingen maken opdrachten waarvoor ze moeten zagen, lijmen, boetseren en solderen. Binnen de verschillende opdrachten hebben de leerlingen een grote individuele vrijheid. De methode wordt in de les gebruikt om bepaalde technieken te bestuderen; in de lessen gaat het vooral om de praktijk. Binnen handvaardigheid is er ook aandacht voor het ontwerpen en maken van en technisch product.

Informatiekunde: lessen in het omgaan met de computer. Aan de hand van de methode ‘Babbage ICT’ leren de leerlingen omgaan met de computer. Hierbij komen onderwerpen zoals handware, Windows, Word, Excel, Powerpoint en internet voorbij. De meeste leerlingen denken al heel wat te weten van de computer, maar in deze lessen blijkt vaak dat je nog veel meer met het ‘Officepakket’ kunt doen. Vooral het nuttig omgaan met Office staat centraal in de lessen. De leerlingen krijgen veel praktijkopdrachten zoals het maken van een Powerpoint-presentatie. 

Godsdienst: lessen in de diversiteit van de verschillende (wereld)godsdiensten. Aan de hand van de methode ‘Van horen zeggen/Op verhaal komen’ worden de verschillende wereldgodsdiensten behandeld. Er zal regelmatig een stukje uit de Bijbel gelezen worden en hierbij gaan het dan vaak om de interpretatie van het verhaal. Regelmatig staat er een stuk uit de actualiteit centraal in de les. Daarnaast zullen er ook diverse discussies worden gevoerd over ethische vraagstukken. De leerlingen worden geconfronteerd met het feit dat mensen verschillend zijn en dat sommigen het minder goed hebben dat zijzelf. De godsdienstdocenten organiseren ook de verschillende vieringen op onze school en geven invulling aan de jaarlijkse sponsorloop.

Lichamelijke opvoeding: lessen in verschillende sporten en disciplines. Bij het vak lichamelijke opvoeding wordt geen methode gebruikt; alle lessen worden gebruikt voor de praktijk. De leerlingen oefenen in verschillende sporten en spelvormen, waaronder basketbal, voetbal, hockey, volleybal, softbal en turnen. In de eerste en laatste maanden van het jaar gebruiken we de sportvelden van VCC in Voorburg. We hebben overdekt altijd de beschikking over de 2 gymzalen en onze (grote) Maartenshal. Gedurende het jaar worden er diverse interscolaire toernooien gehouden (competitie tegen de scholen uit de buurt). Het jaarlijkse paaltrefbaltoernooi en volleybaltoernooi zijn onderdeel van het programma in de brugklas.

Drama: lessen in dramatische expressie. Bij het vak drama wordt een eigen reader gebruikt, maar telkens staat het spelen centraal. De leerlingen leren gebruik te maken van hun mimiek en hun persoonlijke sterke punten. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende spelvormen, waardoor de leerlingen spelenderwijs leren.

Mentoruur: lessen in studievaardigheden. In het mentoruur wordt gebruik gemaakt van een schoolreader. In deze reader staan allerlei oefeningen die de leerlingen helpen met het aanleren van bepaalde handige vaardigheden. Daarnaast wordt het mentoruur ook gebruikt om de leerlingen te begeleiden bij hun andere vakken. Ook wordt er belangrijke informatie voor de leerlingen door de mentor doorgegeven. In de eerste lessen staat de groepsband centraal, daarna zal het steeds meer gaan over algemene zaken. In het tweede mentoruur is er tijd voor individuele gesprekken tussen de mentor en de mentorleerlingen. Als er problemen zijn dan kan daar op dat moment over gesproken worden. De mentor is ook degene die de cijfers bespreekt met de leerlingen, vandaar dat deze goed bijgehouden worden in deze lessen.

Steunles/Verrijkingsles: lessen in de talen, wiskunde, studievaardigheden en/of Klassieken. In deze lessen wordt gebruik gemaakt van de desbetreffende vakmethode. De leerlingen worden tijdens de brugklaswendagen getest op hun niveau van het Nederlands, van rekenen en van Engels. In de eerste lessen Nederlands volgen testen om eventuele dyslexie op te sporen. Aan de hand van deze testen en de gegevens van de basisschool worden de leerlingen ingedeeld in bepaalde steunlessen. In deze steunlessen krijgt een kleine(re) groep extra hulp in dat betreffende vak. Indien een leerling voor geen enkele vak tegenvallende resultaten heeft, volgt deze verrijkingslessen in een bepaald vak, waardoor hij een bredere basis heeft voor de tweede klas.


Foto's
















Weekagenda

 

maandag 29 september


dinsdag 30 september
- 6 vwo 10.00-12.00 uur: DNA-practicum
  groep 1
- 6 vwo 13.00-15.00 uur: DNA-practicum
  groep 2

woensdag 1 oktober


donderdag 2 oktober
- 4 havo muziek: excursie abdij
  Koningshoeven 
- 4 mavo 10.10-12.50 uur: bijeenkomst
  sectorwerk

vrijdag 3 oktober
-